Vervolg op de avond van Yule
Bomen zijn groot, in tegenstelling tot kabouters, verder worden ze ook ouder dan kabouters. De oudste boom van het bos, was wel heel bejaard en stond midden in het bos op een heuveltje. Het was een eik, een boom die heilig was bij de mensen en daarom veel respect genoot. Van heinde en ver kwamen de mensen bij de boom langs om daar hun wensen en gebeden in op te hangen. Omdat de boom zo oud was, had hij ook kwaaltjes en daarom zorgde kabouter Zyciky goed voor de oude boom. De boom kon nog wel eens knorrig zijn, maar de bedaagde bos-wachter was daar niet bang voor. Hij kende de boom door en door en wist altijd wel een manier te vinden om toch door het pantser van onbenaderbaarheid, die om de boom hing, heen te dringen.
De dag na Yule, bracht Zyciky, de jonge Kylicy naar de grote eik en stelde hem voor aan de geest van de boom. De boom had een zware stam die wel 14 kabouterspannes in omtrek was, de beide kabouters zonken daarom in het niet bij de reusachtige eik. Het duurde dan ook even voor Zyciky de aandacht trok van de boomgeest, die net lekker was weggezonken in een boomslaapje.
“Heej Zyciky, wie heb je voor me meegebracht?” donderde de stem van de grootste boom van het bos. Mensen kunnen die stem niet horen, maar bij de kabouters zwiepten de lange baarden naar achteren, ze moesten zich schram zetten voor de wind die de zware boomstem ontwikkelde.
“Kylicy, boommeester,” baste de oudere kabouter, “Hij komt om over de tovertorren te praten. U had gevraagd of hij langs wilde komen.”
‘’Ach ja, de tovertorren.... Ze komen eraan. Ik hoor ze al onder de grond bewegen. Het suist in mijn wortels....” en de boom verviel in zwijgen. “Gevaarlijke dieren, bos-wachters, wees erop voorbereid!!”
Kylicky stamelde “Grote Boom, wat kunnen wij, bos-wachters doen om de plaag te keren?” weer was er een kleine vibrato in zijn stem, doch bang zou hij zichzelf niet noemen.
“Ach jullie ukken, kunnen niet veel doen. Tovertorren zijn nu eenmaal tovertorren en een plaag voor de jonge bomen,” toeterde de boom en weer vlogen de baarden over de schouders van de kabouters.
Zyciky zuchtte naar Kylicy, “De boom geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Je moet wat offeren.” Daarop haalde Kylicy een zakje met tabak van zijn rug en begon dat om de stam van de boom heen te strooien.
“Wat ruik ik daar? Is dat echte Tabak? Wat een verwennerij!” De boom zuchtte en uit de grond kwamen kleine worteltjes die de tabak naar zich toe trokken en daarna de grond in.
“Kyliky, je bent een beste kerel,” gromde de Eikeboom en met dat liet hij wat uit zijn takken naar beneden ploffen. Het was een eikel. “Hier is je cadeau, maak er goed gebruik van.” En de boom zei vervolgens niets meer, de bos-wachters in verwarring achterlatend, want wat kan een enkele eikel nu uithalen tegen een invasie van tovertorren.
....Alice
Laatste reacties